Veen wordt gevormd door ophoping van afgestorven, onverteerde plantenresten. Water en veenmossen zijn essentieel voor hoogvenen, zowel voor de ontwikkeling, als voor de instandhouding en het herstel ervan. Veengroei vindt plaats wanneer planten die op het veen groeien sneller bladeren, stengels en wortels produceren dan dat deze worden afgebroken. De kwaliteit van het water en de waterstand bepalen welke planten kunnen groeien, hoeveel veen er wordt opgestapeld en wat de eigenschappen van het veen zijn. Veenmossen zijn slecht afbreekbaar, vooral als zij onder invloed van voedselarm regenwater groeien. Goed functionerende hoogvenen zijn het hele jaar door erg nat, waardoor afgestorven plantenmateriaal langdurig van de buitenlucht (zuurstof) wordt afgesloten en slecht verteert. Ontwikkeling van hoogvenen kan plaatsvinden in ondiep stilstaand open water, bij zure kwel tot aan of op het maaiveld en op terreinen met beperkte afvoermogelijkheden voor water en een neerslagoverschot. Geschikte natte omstandigheden voor veenvorming in brede zin doen zich in hoofdzaak voor in: terreinen met periodieke overstroming vanuit open water (beek, rivier of meer) zonder afzetting van mineraal sediment zodat afbraakprocessen worden beperkt.