Studenten mogen niet samenhuizen, of samen een eengezinswoning of meerkamerappartement huren en er hun domicilie hebben.
Uiteraard zijn er toch uitzonderingen waardoor het mogelijk als student een gezinswoning te huren.
De uitzondering op de regel om een gezinswoning te mogen huren: de studenten die wel hun domicilie op het adres hebben.
De binnenlandse student met zelfstandig statuut
De binnenlandse alleenstaande student
De Belg die in het buitenland is ingeschreven en in België komt studeren
De internationale student
Een gehuwd studentenkoppel of broer en zus worden als gezin beschouwd en kunnen ook een gezinswoning/appartement huren dat niet werd opgedeeld.
Zij hoeven er zelfs ook niet gedomicilieerd zijn.
Gelukkig bestaat er wel een mooie tussenoplossing: de zogenaamde gemeenschapshuizen, weliswaar opgericht in bestaande studentenhuizen.
Een gemeenschapshuis is een woning waarin verschillende mensen – die geen gezin vormen – samenwonen.
Ze hebben elk een private kamer, maar de andere delen van het huis zijn gemeenschappelijk.
In zo’n gemeenschapshuis huurt één student-huurder van een eigenaar, uiteraard in een contract met de eigenaar geregeld.
Op zijn beurt mag de student zo onderverhuren aan medestudenten, vaak vrienden en kennissen, om zo een gemeenschap op te bouwen.
De studenten hebben in dit gemeenschapshuis hun domicilie niet.
Zo’n kamer in een gemeenschapshuis vinden, is moeilijk.
Net omdat het van vrienden op vrienden wordt overgedragen.
Of het financieel interessant is om te gaan onder(ver)huren?
Niet echt.
Als huurder betaal je een marktconforme huurprijs, en moet je instaan voor alle documenten, herstellingen en dergelijke.
Maar het grote voordeel is wel dat ze als een echte groep kunnen samenleven.
En daar draait de studententijd toch ook om.