Nederlanders van 6 jaar of ouder namen per dag gemiddeld ruim 0,7 keer de fiets om zich te verplaatsen en fietsten dagelijks gemiddeld 2,9 kilometer.
Vrouwen verplaatsten zich vaker met de fiets dan mannen, gemiddeld 0,8 versus 0,7 keer per dag.
Wel legden ze er dagelijks een kortere afstand mee af.
Gemiddeld fietsten vrouwen 2,7 kilometer, tegen 3,2 kilometer bij mannen.
Jongeren van 12 tot 18 jaar stapten van alle leeftijdsgroepen het vaakst op de fiets, namelijk 1,5 keer per dag.
Ook legden ze met gemiddeld 6,2 kilometer per dag de langste afstand af.
De jongens fietsten daarbij gemiddeld 6,7 kilometer, dat is meer dan de meiden.
Ouderen van 75 jaar of ouder verplaatsten zich het minst vaak met de fiets, namelijk 0,4 keer.
Totaal 2,9
Mannen 3,2
Vrouwen 2,7
Totaal 6 tot 12 jaar 2,3
Mannen 2,5
Vrouwen 2,0
Totaal 12 tot 18 jaar 6,2
Mannen 6,7
Vrouwen 5,7
Totaal 18 tot 25 jaar 2,6
Mannen 2,9
Vrouwen 2,2
Totaal 25 tot 35 jaar 2,4
Mannen 2,5
Vrouwen 2,3
Totaal 35 tot 50 jaar 2,5
Mannen 2,6
Vrouwen 2,5
Totaal 50 tot 65 jaar 2,8
Mannen 3,0
Vrouwen 2,6
Totaal 65 tot 75 jaar 3,4
Mannen 3,7
Vrouwen 3,1
Totaal 75 jaar of ouder 2,2
Mannen 2,8
Vrouwen 1,7
Op zaterdag en zondag werd er respectievelijk 2,5 en 2,6 kilometer op de fiets afgelegd, op doordeweekse dagen waren dat er ruim 3,1.
In november, december, januari en augustus werd de fiets met tussen de 0,6 en 0,7 keer per dag het minst vaak gebruikt.
Het aantal fietskilometers was het laagst in de maanden november, december en januari, gemiddeld rond de 2,2 kilometer per dag.
In het voorjaar en de zomer werd dagelijks een grotere afstand op de fiets afgelegd dan in de herfst en de winter.
Jan 2,2
Feb 2,8
Maart 2,5
Apr 2,7
Mei 3,4
Jun 3,8
Jul 3,2
Aug 2,9
Sep 3,8
Okt 3,0
Nov 2,3
Dec 1,9